Ik twijfelde nog of ik dit jaar naar Leiden Culinair zou gaan. In het programmaboekje zag ik een matig vegetarisch aanbod en zelfs herhaling van vorig jaar.
Nou, ik ben er geweest. Vanochtend, iets voor negen.
T. werd op een dreumestijd wakker en ik besloot dat P. nog wat uurtjes mocht blijven liggen en dat ik er uit zou gaan. In de tuin namen we een shot verse zuurstof en ik wilde meer proeven van de rust. We stapten op de fiets om croissants te halen bij het Vlaamsch Broodhuys, terwijl de stad er nog heerlijk rustig bij lag. We fietsten over de singel en langs de mooiste muur van Leiden. Toen we de Garenmarkt naderden, zag ik dat het terrein van Leiden Culinair open was. Leuk, dacht ik, even een rondje maken langs de menuborden om te zien of er toch stiekem spectaculaire veggie gerechten worden geserveerd.
Binnen een minuut kwam er ineens een man aangesjokt met een ongelofelijk chagrijnig hoofd en een fors, maar allesbehalve goddelijk lichaam en een Vtje op zijn trui.
> “Zoekt u iets?”
Ja, ik dacht, misschien vind ik nog wat left-overs prosecco van gisteravond.
>> “Nou, gut, ik keek even rond.”
> “Dan heeft u geluk, er loopt hier namelijk beveiliging rond*, want het is afgesloten terrein.”
Oja joh, spuit elf, dan doe jij je werk dus niet goed.
>> “Het was bepaald niet afgesloten hoor, aan die kant.”
> “Als de hekken dicht zitten, dan weet u dat het afgesloten terrein is.”
>> “Dat snap ik, maar het hek stond dus wagenwijd open. Ik ben niet met fiets en kind over de hekken geklommen, mocht je dat soms denken.”
Aan de andere kant van het terrein dook blijkbaar plotseling een een groot gevaar op, want meneer schoot van mij weg in een soort sjokdraf in de richting waar ik ook vandaan was gekomen.
Het potentieel gevaarlijke object was een oude man met een linnen tas. De bewaker had dus kordaat opgetreden door te gaan rennen, want dat moet men inderdaad niet onderschatten, zulke lui.
Zonder pardon werd de arme man naar de uitgang geëscorteerd.
Ze verdwenen uit zicht en ik stond daar nog. Brave burger als ik ben, besloot ik mezelf dan maar van het terrein te verwijderen. Het hondengeblaf dat uit de auto van de beveiliger kwam (in een minikooi zat dat arme schaap), spoorde me niet aan het rondje af te maken.
Onderweg terug kwam ik De Alerte Bewaker weer tegen.
>> “Zeg meneer, kan ik er nu nog uit?”
> “Ja hoor, je kunt er uit”.
Het was gezellig, joh, doen we nog ‘s. Probeer de volgende keer ook eens te lachen.
Ik kwam bij het hek: dicht. En meneer was al uit zicht verdwenen. Met één hand hield ik mijn fiets met T. voorop in bedwang en met het andere poogde ik het zware hek open te schuiven. Uiteindelijk lukte het en konden we op weg naar verse croissants.



