Hartige taart met pastinaak & gele biet met mosterd, feta en pistache

Saturday 22 December 2012 om 19:55

300 g pastinaak
300 g gele biet
200 g peen
3 eieren
200 g feta
50 g pistachenoten, fijngehakt
1 el mosterd
50 g taggia olijven
zwarte peper uit de molen
6-7 plakjes bladerdeeg

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Vet een rondje bakvorm van ong. 26 cm doorsnede in met boter. Verdeel de bladerdeegplakjes over de bodem en bedek ook de randen. Leg er wat folie op en stort er blindbakbonen op. Bak de bodem 10 minuten, verwijder dan de bonen en folie en zet de bodem nog weer 10 minuten in de oven.

Snij de pastinaak, biet en peen in dunne plakjes. Dat gaat het beste met de keukenmachine of de mandoline. Stoom de groenten gaar in bijvoorbeeld een stoommandje.
Klop de eieren in een kom en verkruimel de feta erboven. Roer er de mosterd, olijven en peper door.

Verdeel de helft van de groenten over de taartbodem. Strooi en de helft van de pistachenootjes over en ook de helft van het eimengsel. Leg daar de andere helft van de groenten op, strooi nog wat pistachenootjes erover en giet de rest van het eimengsel erop.

Bak de taart in 30-45 minuten gaar in de oven (nog steeds op 200 graden).


Salade avocado, grapefruit, feta & rode ui

Thursday 20 December 2012 om 20:01

Kookboek Veg! is een onuitputtelijke bron van inspiratie. Zo was ik lekker aan het bladeren en kwam een recept tegen met avocado, grapefruit en fijngesneden rode peper. Dat lijkt me zalig, maar voor onze peuter minder geschikt. Thaise groene curry is één van de dingen die hij het liefste eet, maar die eten we mild pittig. Met stukjes chilipeper ga ik zeker geen punten bij hem scoren en daarom bedacht ik een eigen spin-off met de combinatie avocado-grapefruit. Zachtzoet door de avocado, bitter door de grapefruit en zout door de feta. Met wel een klein beetje scherpte door de rode ui.
Baby C.- inmiddels acht maanden- kreeg een stuk avocado en een klein stukje grapefruit als smaakuitdaging. Hij trok er het snuitje bij dat je verwacht bij zo’n bitterzure vrucht, maar hield het binnen. Smaakheld!

2 avocado’s
1 (rode) grapefruit
100 g feta
1 rode ui

Snij de avocado in repen. Haal de schil van de grapefruit en snij eerst in plakken en dan door vieren. Snij de ui in de lengte doormidden en dan in dunne plakjes. Leg de avocado, grapefruit en ui op een bord en verkruimel er de feta over.


Risotto met gepofte gele biet en geroosterde pastinaak

Tuesday 18 December 2012 om 19:39

500 gele biet
500 g pastinaak
1 ui
250 g rijst geschikt voor risotto
ongeveer 700 ml groenten/tuinkruidenbouillon (1,5 blokje)
75 g kaas, (jong) belegen
Paar pijnboompitten of walnoten

Was de ongeschilde bieten en verpak ze per stuk in aluminiumfolie. Leg ze op een bakplaat in de oven op 175 graden. Rooster ze in ongeveer een uurtje gaar. Je moet er met een vork makkelijk in kunnen prikken.
Schil de pastinaken en snij ze in blokjes van een vierkante centimeter. Leg ze in een grote ovenschaal of bakplaat en giet er wat olijfolie over en strooi er zout en peper over. Schud even om, spreid uit tot een enkele laag en zet de schaal bij de bieten in de oven. Rooster ze in ongeveer 50 minuten mooi bruin.

Snipper de ui en fruit in een klont roomboter. Voeg de rijst toe. Giet er dan in delen de bouillon op. Blijf extra water toe toevoegen wanneer de rijst nog niet gaar is en stop als de rijst gaar en smeuïg is.
Roer er de kaas door en breng de risotto verder op smaak met zout en peper.

Rooster de pitten of noten.

Trek de schil van de bieten en snij er enkele flinterdunne plakjes vanaf. Snij de rest in blokjes. Roer de blokjes biet en het grootste deel van de pastinaak door de risotto. Schep de risotto op de borden. Schep er de plakjes biet op, de rest van de pastinaakblokjes en de noten.


Winactie: Padpivot voor in de keuken

Sunday 16 December 2012 om 15:35

Ik ben een beetje 1.0. Ik heb nog een telefoon waarmee je alleen kunt bellen en die om de paar dagen zegt dat ik de simkaart opnieuw moet plaatsen. We hebben wel al jaren zo’n mooi wit appeltje thuis om op te werken, maar verder weet ik weinig van foto’s pinnen, whatsappen en coördinaten het net op slingeren. Maar ik heb mezelf deze week geupgrade. Ik noteerde mijn recepten in een notitieblokje, prima natuurlijk, maar soms vergat ik ze uiteindelijk op mijn site te zetten. Daarom heb ik mezelf een iPad cadeau gedaan, zodat ik direct recepten in mijn websitesysteempje kan gooien. Dat scheelt een stap en dus tijd.
Ik was aan het tobben hoe ik dat ding zou bevestigen en dacht al aan een lelijke hangconstructie aan mijn keukenkastje, toen ik mail kreeg van ene Robin. Of ik misschien een PadPivot wilde testen in de keuken? En dat deed ik. Dat werkt prima en ik mag er eentje weggeven aan een lezer. Deze iPadhouder is namelijk ook nogal handig voor het lezen van recepten, terwijl je aan het koken bent.

Deel dit bericht op Facebook of Twitter en laat hieronder je reactie achter. Voer wel een juist mailadres in (niet zichtbaar op de site). Meedoen kan tot en met 23 december (2012). De winnaar maak ik in dit bericht bekend en krijgt een mailtje.

Notaris P. trok een nummertje met de random number generator en kreeg nummer 27: Jannika, van Harte!


Pindakaas-speculaasmuffins

Sunday 16 December 2012 om 11:02

Ineens heb je het: pindakaas en speculaas, dat moet echt geweldig lekker smaken samen. Of het iets te maken had met mijn peuter die graag cashewnotenpasta op zijn kerststol wilde, weet ik niet, maar het bleek een voltreffer. Ik weet dat er sceptici zijn, maar heus: ze zijn heerlijk. Tenzij je niet van pindakaas houdt. Of speculaas. Oh, en je kunt er ook overgebleven kruidnootjes in doen, in plaats van speculaasjes.

Pindakaas-speculaasmuffins

voor 8-12 muffins

200 g bloem
5 g bakpoeder
snufje zout
100 g suiker
5 el pindakaas
75 g roomboter, op kamertemperatuur
1 groot ei of 2 kleine
60 g speculaasjes
100 ml volle yoghurt
ook nodig: muffinvorm en cakepapiertjes

Meng de bloem met het bakpoeder en een snufje zout. Roer er met een garde de suiker, pindakaas en roomboter door tot je grove klontjes hebt.

Meng er dan het ei (of de twee kleine eieren) door en de yoghurt. Als je een medium formaat ei hebt, begin dan met 1 ei. Breek de speculaasjes en doe ze erbij.

Het beslag moet nat zijn, maar niet druipen. Je moet het van een lepeltje afschrapen, in plaats van dat het zelf naar beneden zakt, zoals met cakedeeg. Als je denkt dat het beslag nog iets te droog is, doe er dan een tweede ei bij.

Doe de cakepapiertjes in de vorm. De vorm die ik gebruik is vrij laag, dus ik had twaalf lage muffins. Als je hogere muffins wilt, dan kun je er ongeveer acht maken met bovengenoemde hoeveelheden.

Bak de muffins mooi bruin in ongeveer 30-45 minuten in een oven van 175 graden. Eet ze dezelfde dag nog op, want muffins drogen snel uit.


Siciliaans kerstmenu

Sunday 9 December 2012 om 11:28

Op Vegatopia staan dit jaar weer vijf geweldige menu’s: Savooiebloempoen (turducken, maar dan zonder eend, kalkoen en kip), Portugees, Koreaans, kerstbrunch, Zout Zuur Bitter Zoet Umami). Ik werkte dit jaar achter de schermen en heb geen menu gemaakt. Vorig jaar maakte ik het Siciliaanse menu en die plaats ik dit jaar op mijn site.

Jaren geleden was ik op vakantie op Sicilië. Het was in september en heel het eiland kleurde geel. Vijgen en cactusvijgen hingen volop langs de kant van bergweggetjes, maar de laatste tomaten hingen al wat treurig aan hun takjes. Op Sicilië wordt veel vis gegeten, maar onderstaand menu is uiteraard geheel vegetarisch. Er zijn ook Siciliaanse snacks en straatvoedsel in verwerkt; alles is typisch Siciliaans!

alt

Het menu is voor vier personen.

Arancini

***

Venkel-sinaasappelsalade

***

Caponata met chocolade
Panelle

***

Cannoli
Cassata Siciliana

***

Kaasplankje met Marsala


Voorbereiding: begin met het doorlezen van alle recepten en maak een planning. Zo moet er voor het dessert namelijk uren van tevoren (kan ook een dag eerder) begonnen worden en is de frituurpan wel drie keer nodig. De arancini kun je dagen of weken tevoren al maken. De aubergines en panelle kunnen in de ochtend gefrituurd worden. Al moet je vlak voor het opdienen van het hoofdgerecht nog wel de frituurpan even tevoorschijn halen.
 Ik heb ervoor gekozen twee Siciliaanse desserts op te nemen in dit menu. Je kunt ze beide maken of er één kiezen.

Arancini

alt

Een arancino is een straatsnack. De ballen heten zo omdat de vorm en kleur doet denken aan een sinaasappel (arancia). Doorgaans zijn ze groter dan het formaat dat je krijgt met dit recept.

De onderstaande hoeveelheid is voldoende voor twaalf balletjes. Je hebt er acht nodig voor vier personen, maar hanteer een marge in verband met het eventueel kapot gaan van bal. Wat je overhoudt, kun je prima invriezen of in de vriezer laten liggen.
 Als je dit gerecht als amuse wilt serveren, geef je maar één balletje op een kleine satéprikker.

Risotto

15 g roomboter
1/2 ui, gesnipperd
1/2 teen knoflook, fijngesneden of geperst
40 ml rode wijn
125 g arboriorijst (een andere geschikte rijst voor risotto kan ook)
1 volle el passata
1/2 groentebouillonblokje
25 g parmigiano reggiano of grana padano

    Los het bouillonblokje op in vierhonderd milliliter warm water.
    Fruit de ui glazig in de boter. Voeg de rijst toe en roer een minuutje op laag vuur door. Giet de wijn erbij en roer weer een minuutje om.
    Voeg nu de passata toe en begin met toevoegen van een klein beetje bouillon. Blijf steeds roeren en blijf steeds kleine beetjes bouillon toevoegen. In principe zou je na ongeveer een half uurtje een lege waterkan en gare risotto moeten hebben, maar begin al iets eerder met proeven. Misschien heb je niet genoeg bouillon, in dat geval nog een beetje water toevoegen.
    Roer er als laatste de kaas door en zet de pan minstens enkele uren weg, zodat de risotto kan opstijven en je er balletjes van kan vormen.

    De balletjes maken

    25 g rookkaas (zonder randjes) of scarmorza affumicata, in kleine blokjes of geraspt
    1 ei
    30 g bloem
    40 g paneermeel of tot paneermeel verkruimelde beschuiten

      Zet een bord klaar met de bloem en een bord met het paneermeel. Kluts het ei in een kom.
      Vorm twaalf hoopjes van de risotto.
      Druk elk hoopje tot een plat balletje (ter grootte van een bitterbal). Druk er met je duim een kuiltje in en doe er wat kaas in. Vouw de rijst eromheen, zodat het een ‘echt’ balletje is en de kaas in het midden zit.
      Rol de balletjes eerst door de bloem, daarna door het ei en als laatste door het paneermeel. Zorg dat de balletjes goed met paneermeel zijn bedekt en er geen ei meer doorheen ‘schijnt’.
      Verwarm de frituurolie. Ik gebruik een klein frituurmandje dat je op het vuur zet, maar een echte frituurpan of grote wok kan natuurlijk ook.
 Laat de olie goed heet worden en test de temperatuur met een stukje brood. Als het brood direct flink gaat bruisen, is je olie goed. Zorg dat de olie dan op temperatuur blijft en niet te heet wordt (gaat walmen).
      Frituur de arancini in drie porties mooi bruin. Laat ze op keukenpapier uitlekken. Doe dit op een groot bord of bakplaat, zodat de balletjes elkaar niet kunnen platdrukken.
Je kunt de arancini, als ze afgekoeld zijn, invriezen of bewaren in de koelkast. Laat de arancini, als ze uit de vriezer komen, eerst ontdooien.
      Verwarm ze in een hete oven en rijg er twee op een prikker.

       

      Venkel-sinaasappelsalade met pistachedressing

      alt

      300 g venkel
      3 handsinaasappels (of 4, als ze klein zijn)
      100 g gepelde pistachenootjes (dat is ongeveer 250 g ongepeld)
      goede olijfolie
      1 1/2 el balsamico-azijn
      peper uit de molen en zout

        Maal de pistachenootjes in de keukenmachine. Voeg de balsamico toe. Giet daarna olie erbij tot het een smeuïge massa is. Breng op smaak met peper en zout.

        Was de venkel en verwijder eventueel de buitenste lok. Snij de ‘vingers’ van de venkel en leg ze apart. Hou ook het venkelgroen apart, dit kun je nog gebruiken voor de garnering.
        Snij de venkel met een mandoline of de plakjeskant van een rasp in dunne plakjes.
        Schil de sinaasappels dik; zorg ervoor dat je geen witte schillen meer hebt.

        Snij de sinaasappels in plakken van ongeveer een halve centimeter. In totaal heb je zestien plakken nodig.

 Verdeel de pistachedressing over de borden. Smeer deze met de bolle kant van een lepel uit tot een cirkel.
        Leg per bord vier plakken sinaasappel op de dressing, met daarop een flinke pluk venkel.
        Snij nog wat groen van de venkelvingers in dunne plakjes en leg dit erop. Maal er wat zwarte peper over en giet er wat olijfolie om- en overheen.

         

        Caponata met chocolade

        alt
        Rechts: caponata en links: de panelle

        De aubergines kun je enkele uren van tevoren frituren. De rest van de caponata kun je ook van tevoren maken. Je hoeft het geheel dan alleen nog op te warmen en bij elkaar te doen. Roer het voorzichtig door en niet al te lang, zodat de aubergines heel blijven!

        500 g aubergines
        75 g bleekselderij, in dunne plakjes
        1 ui, gesnipperd
        3 el balsamico-azijn
        150 g passata (Heinz, andere merken zijn te zuur)
        1,5 el kappertjes op water
        10 olijven, in de lengte gehalveerd
        25 g rozijnen
        25 g pijnboompitten, geroosterd
        20 g pure chocolade, geraspt op een fijne rasp
        olijfolie
        zwarte peper uit de molen en zout

          Snij de aubergines in de lengte doormidden en snij ze vervolgens in halve maantjes. Stort ze in een vergiet en strooi er heel royaal zout over (even omschudden, zodat het zout overal komt). Laat het vergiet minimaal een uur boven een kom staan.
          Als het goed is, is hierna een groot deel van het vocht uit de aubergines getrokken. Spoel ze af en dep ze daarna goed droog met een keukendoek.

          Verwarm een neutrale (frituur-)olie: test of je olie warm genoeg is met een stukje brood (moet direct gaan bruisen) of met een kookthermometer (180 graden).
          Frituur de aubergines in ongeveer vier porties. Als het goed is, heb je in drie minuten frituren (per portie) goudbruine aubergines met een knapperig laagje.
          Laat de aubergines uitlekken in een vergiet met keukenpapier en bewaar ze tot je de rest van de caponata gaat maken.

          Bak de ui en bleekselderij in een scheut olijfolie op laag vuur in een pan met dikke bodem. Als ze zacht zijn (harde bleekselderij is in caponata minder lekker dan zachte), blus je ze af met de balsamico-azijn.
          Roer dit een minuutje om en giet er de passata bij.
 Roer er dan voorzichtig de aubergines, kappertjes en olijven door. Breng op smaak met zout en peper.

          Leg een serveerring op het bord en duw de caponata erin. Haal de ring weg, giet er wat lekkere olijfolie omheen en over en strooi de pijnboompitten, rozijnen en chocolade erover.

          Panelle

          Panelle zijn gefrituurde kikkererwtensnacks die je op Sicilië meestal tussen een broodje eet. De panelle worden het mooist als je ze in twee keer frituurt.

          125 g kikkererwtenmeel
          375 g water
          1/2 tl fijn zout
          1 teen knoflook, geperst
          olie om te frituren
          om af te maken op het bord: citroensap, olijfolie, grof zout, zwarte peper uit de molen en fijngesneden peterselie

            Zeef het kikkererwtenmeel in een pan. Giet het water erbij en doe het zout en de knoflook erbij en roer even door. Zet de pan dan op het laag vuur en begin met roeren. Het geheel wordt langzaamaan dikker. Blijf vooral roeren, anders krijg je klonten. Na ongeveer tien minuten is het dik genoeg. Het moet goed warm worden, maar pas op dat het niet zo erg gaat borrelen, dat het uit de pan springt.
            Mochten er toch klonten ontstaan, pak dan snel een garde en roer nog steviger door tot de klonten weg zijn. Na tien minuten is het geheel te stijf om de klonten er nog uit te slaan, dus probeer ze te voorkomen.

            Leg een bakblik klaar met bakpapier erop. Smeer het panellemengsel uit tot een plak van ongeveer een halve centimeter dik. Laat het even afkoelen en uitharden.
            Je kunt er nu elke vorm van maken die je wilt: snij er bijvoorbeeld driehoeken van, of kerstklokken. Je kunt ook een koekvormpje gebruiken.

            Verwarm de olie tot ongeveer 180 graden. Je kunt de panelle het beste in twee keer frituren. De eerste keer frituren kun je enkele uren tevoren doen. Bij de eerste keer frituur je de panelle tot ze drijven en licht goudgeel zijn. De tweede keer frituren zorgt ervoor dat ze mooi goudbruin en knapperig worden. Beide keren mag de olie even heet zijn. Het lekkerste is om ze direct uit de frituurpan te serveren, want ze kunnen wat slap worden.

            Leg de panelle naast de caponata. Knijp er wat citroensap over, giet er een straaltje olijfolie bij en strooi er grof zout, peper en peterselie over.

             

            Cannoli

            alt
            V.l.n.r.: cannoli op Sicilië, de cannoli volgens onderstaand recept, cannoli gekocht bij de Siciliaans-Italiaanse winkel Bocconi in Leiden

            Met de hoeveelheden voor onderstaande vulling kun je tien kleine cannoli vullen. De wafeltjes koop je bij de Italiaanse speciaalzaak (bijvoorbeeld Pomino in Leiden) of je maakt ze zelf. Amarenen koop je ook bij de betere Italiaanse winkel. Mocht je die niet kunnen vinden, neem dan kersen op siroop.

            10 cannoliwafeltjes
            100 g pure of extra pure chocolade
            50 g amandelen, eventjes in een pan geroosterd
            60 g ricotta
            60 g mascarpone
            1 el poedersuiker
            20 amarenen (kleine pot) of ontpitte kersen
            3 el van de siroop van de amarenen of de kersen
            zest van 1/4 biologische citroen

              Eerst ga je de wafeltjes voorzien van een laagje chocolade. Zet een constructie klaar waarop je de tien wafeltjes met chocolade kunt drogen, bijvoorbeeld een pastadroogrek of een koekjesdroogrek. Op bakpapier op een bakplaat leggen kan ook, al wordt het dan minder fraai, omdat de chocolade plat wordt gedrukt.
 Smelt de chocolade au bain-marie. Voeg twee eetlepels van de amarenensiroop toe en twee eetlepels gekookt water. Haal de pan van het vuur af.
 Doop de wafeltjes met de zijkanten en onderkant in de chocolade en leg of hang ze te drogen.

              De vulling
              Maal de amandelen fijn. Klop de ricotta en mascarpone door elkaar met de amandelen, de poedersuiker, citroenzest en de amarenen- of kersensiroop.

              Als de chocolade uitgehard is, kun je de wafeltjes gaan vullen. Gebruik hiervoor een spuitzak. Duw tot slot aan elke kant van de cannoli een amarene of kers.

               

              Cassata Siciliana

              alt
              Bovenstaande cassata Siciliana at ik op Sicilië zelf

              Cassata Siciliana wordt vaak ter grootte van een taart gemaakt, maar je ziet ook wel eenpersoonsporties, net zoals in onderstaand recept.
              De sinaasappelvulling moet minimaal vijf uur van tevoren gemaakt worden, want ze moeten na bereiding nog in de vriezer of de koelkast. De cake moet minimaal twee uur van tevoren gemaakt worden, omdat hij nog moet afkoelen. In principe kan alles ook een dag eerder, maar let er dan op dat het ijs even moet ontdooien voordat het geschept kan worden.

              Sinaasappelvulling

              sap van 1 biologische sinaasappel
              zest van 1 sinaasappel
              30 g gekonfijte citroen of sinaasappel (bij biowinkels te koop)
              200 g ricotta
              4 cantuccini (koekjes), tot kruimels gestampt

                Haal met een zesteur of fijne rasp de oranje schil van de sinaasappel. Pers de sinaasappel daarna uit.
 Meng het sap en de schil met de ricotta, de gekonfijte citroen of sinaasappel en de cantuccini. 
Schep dit in een vriesdoos en zet deze in de vriezer; roer elk uur even door. 
Zorg ervoor dat de mousse niet volledig bevriest, dus haal het er na een paar uur uit om verder te verwerken.

                Cakelaag

                1 ei
                100 g suiker
                100 g boter
                100 g bloem
                1 tl bakpoeder

                  Klop het ei, de suiker en boter door elkaar. Daarna doe je de bloem erbij. 
Giet het beslag in de kleinste cakevorm die je hebt. Het maakt niet zo uit hoe hoog of laag de cake wordt. 
Bak de cake ongeveer drie kwartier op 150 graden. Prik er met een satéprikker in om te zien of hij gaar is.

                  Marsepein
laag

                  500 g marsepein
                  paar druppels kleurstof naar wens

                    Oranje kleurstof past natuurlijk mooi bij de sinaasappel. Het kan ook met wat bietensap voor een rode kleur
poedersuiker

                    Kleur de marsepein en rol met wat poedersuiker uit tot een lap van ongeveer 30×30 centimeter en een dikte van twee tot drie millimeter.
                    Snij deze in vier grote rondjes van tien centimeter doorsnede en steek er ook vier rondjes uit van acht centimeter doorsnede.
                    Leg op elk bordje een klein rondje marsepein. Schep op elk rondje een lepel sinaasappelricotta. Dek de ricotta af met dunne plakjes cake die je een beetje dakpansgewijs erop en eromheen legt (je houdt wellicht nog wat over) en dek het geheel af met de grote rondjes. Vorm er een beetje een bolletje van. 
Mocht je nog marsepein over hebben, dan kun je er een versiering mee maken. Maar een gekonfijte kers bovenop volstaat ook.

                     

                    Kaasplankje met marsala

                    alt
                    Een kaasboer verkoopt zijn kazen op Sicilië. Links zie je o.a. pecorino en rechts caciocavallo

                    Een kaasplankje is een fijne afsluiter van je diner. Siciliaanse kazen vind je echter niet zo snel bij een willekeurige kaasboer en al helemaal niet in de supermarkt. In grote steden kun je natuurlijk wel langsgaan bij de betere kaaswinkels om te vragen wat ze hebben. Ik beschrijf hieronder enkele Siciliaanse kazen.
Mocht je slechts één Siciliaans kaasje kunnen krijgen of zelfs geen, dan stel je natuurlijk gewoon een plankje samen van Italiaanse kazen waar je wel aan kunt komen. Kies vier of vijf kazen en zorg voor zachtere en meer pittige soorten.

                    • Pecorino Siciliano: deze schapenkaas heeft een beschermde status. Hij kan enkele maanden hebben gerijpt, maar ook langer dan een jaar. De smaak hangt dus af van de rijpingsduur.
                    • (Caciocavallo) Ragusano: gemaakt van rauwe koemelk. Ook hier geldt dat de smaak afhankelijk is van de rijpingsduur en dat de kaas een beschermde status geniet. Er is trouwens ook een caciocavallo palermitano (uit de buurt van Palermo)
                    • Canestrato pepato: een halfharde kaas met peperkorrels, die ongeveer een half jaar heeft gerijpt
                    • Ricotta salata: een ricotta die geperst, gezouten en gerijpt is.

                      Serveer vijgenjam bij de kazen. Vijgen floreren in de herfst op Sicilië. Ze zullen eind december in Nederland niet alom verkrijgbaar zijn en dan nog is het de vraag of ze smaakvol zijn. Daarom kun je beter een lekkere vijgenjam kopen. Je vind vijgenjam in de grotere supermarkt, maar ook bij de Turkse/Marokkaanse winkel of een (Italiaanse) delicatessenwinkel.

                      Een wijn die hier goed bij past is marsala, een versterkte wijn uit het gelijknamige gebied in het westen van Sicilie. Er zijn verschillende soorten te koop, van droog tot zoet en in verschillende kleurnuances.


                      Kruidige tulband met oranjebloesemwater

                      Tuesday 4 December 2012 om 12:30

                      Ik heb een la vol kruiden en specerijen in de keuken. Daarnaast heb ik ook nog een doos vol specerijen in de voorraadkast. Daar liggen wat aangebroken  zakken in (zoals zwartepeperkorrels) en van die specerijen die ik zelden gebruik. Steranijs bijvoorbeeld. En staartpeper, die ik vorig jaar kocht ten tijde van de pepernotenrevolutie.

                      Gisteren besloot ik eens wat van die specerijen uit mijn la en doos in de vijzel te gooien. Buiten sneeuwde het, binnen brandde een kaarsje en ik verleidde mezelf om een tulband te bakken.

                      Hij heeft een zacht kruidige smaak. Als je liever een echte specerijenexplosie wilt, kun je natuurlijk de hoeveelheid specerijen verdubbelen. Onderstaande hoeveelheid is genoeg voor een lage tulband.

                      Kruidige tulband met oranjebloesemwater

                      1 steranijs
                      6 staartpeperkorrels (of 3 gewone peperkorrels)
                      4 kruidnagels
                      de zaden van 2 groene kardemompeulen
                      1,5 tl echte kaneel (dus niet cassia, maar het kan wel)
                      150 g suiker
                      150 g roomboter, kamertemperatuur
                      3 eieren
                      200 g bloem
                      5 g bakpoeder
                      mespuntje zout
                      oranjebloesemwater

                      Verwarm de oven voor op 160 graden (geen hetelucht!).

                      Doe de steranijs, staartpeperkorrels, kruidnagels, kardemomzaden en kaneel in de vijzel en leef je uit tot je poeder hebt.
                      Meng de suiker en boter in de keukenmachine. Klop de eieren luchtig en voeg ze bij het suikerbotermengsel. Roer het bakpoeder en de specerijenmix door de bloem en voeg ook dit toe. Roer in de keukenmachine tot een glad beslag en voeg als laatste nog een mespuntje zout en twee theelepels oranjebloesemwater toe.

                      Vet een tulbandvorm goed in met roomboter. Stort het beslag in de vorm en zet de tulband een uur in de oven. Laat ‘m dan even afkoelen, schud uit de vorm en sprenkel er nog wat oranjebloesemwater over.


                      Van pepernoten, panettone en De Dikke Diëtist

                      Thursday 29 November 2012 om 17:24

                      Ik weet niet of ik het nog te boven kom. Sinterklaas in de polonaise op de melodie van Toppertje. Vooral omdat hij even ervoor nogal levensmoe in zijn stoel gezakt zat. Even vreesde ik dat hij zijn mijter en tabberd af zou gooien en iets over ananas en Breezers zou zingen, maar gelukkig bleef het dansen en springen voorbehouden aan de pieten en sjokte de goede man braaf voort op het lied met pepernotentekst.

                      Wij gaan ons nog niet erg te buiten aan Sintzoeternijen. Verreweg het meeste snoepgoed is sowieso niet te hachelen. Van al het andere kun je slechts een beetje op (op één chocomuis kan ik echt uren gáán) en dan zijn er nog kruidnoten. Die kan ik op zich best de hele dag wel eten, maar ja, die voorbeeldfunctie hè. Op een tactische plek een zakje in de voorraadkast leggen lukt niet, want Smeagol is nog steeds Smeagol en heeft alles door. Voor ik het weet duikt hij in mijn nek om te vragen wat ik nu weer aan het eten ben.

                      Ik heb me al wel laten verleiden om een panettone mee te nemen bij Italiaanse delicatessenwinkel Victor Russo. Al jaren koop ik die bij Pomino in Leiden, maar Victor was er zo enthousiast over en ik ging overstag.

                      Wie de veelvuldige verleidingen van de feestdagen moeilijk kan weerstaan of sowieso al van plan was om eens wat kilo’s kwijt te raken, moet eens de aanschaf van De Dikke Diëtist overwegen. In dit boek neemt Marie-Louise Schipper allerlei diëten en wetenschappelijke ontwikkelingen onder de loep. Geen dieetboek dus, maar wel een boek met nuttige informatie en inspiratie om gezonder te leren eten en koken, want er staan ook recepten in.


                      Boerenkool-kaaskoeken

                      Saturday 24 November 2012 om 11:15

                      “Hoor de wind waait door de boerenkool.” Echt. Ik verzin het niet. Mijn peuter. Hij staat met een blad boerenkool in zijn handje en zwaait ermee door de lucht.
                      We rissen en snijden de boerenkool, die uiteindelijk niet op het fornuis maar in de koelkast belandt. Aan het einde van de middag naar de supermarkt in peutertempo, duurt langer dan ingeschat en uiteindelijk maak ik maar veggie shoarma, vanwege te hongerige buikjes.
                      De volgende dag deed ik weer een boerenkoolpoging. En wat voor een!

                      Boerenkool-kaaskoeken

                      150 g boerenkool (gesneden gewicht)
                      100 g jonge kaas, in stukjes gesneden
                      100 g parmigiano reggiano/grana padano of hele oude brokkelkaas, in stukjes gesneden
                      2 eieren
                      1/2 tl zout
                      1 tl pul biber (te vervangen door 1/2 tl cayennepeper)
                      zwarte peper uit de molen

                      Verwarm de oven voor op 220 graden of 200 graden (hetelucht).

                      Was de boerenkool en zorg dat de blaadjes droog worden, bijvoorbeeld met een slacentrifuge of door te deppen met een theedoek.
                      Maal de boerenkool met de kazen in de keukenmachine fijn. Voeg dan de eieren, het zout, de pepervlokken en nog wat peper uit de molen toe.
                      Maal het tot een stevige maar smeerbare massa.

                      Vet een lage ovenschaal in met wat roomboter, kokosvet of olie. Ik had een ronde schaal van 26 cm doorsnede en daarin kreeg ik een goede dikte koeken. Een vierkante schaal is eigenlijk handiger; lees een stukje verderop waarom.

                      Stort de boerenkool-kaasmassa in de schaal en verdeel gelijkmatig met een spatel. Zet de vorm 10-15 minuten in de oven tot de bovenkant een beetje bruin kleurt.

                      Laat de koek dan even afkoelen en gebruik een uitsteekvorm om er koeken van te maken. Als je een ronde bakvorm hebt en ook nog eens een ronde uitsteekvorm, hou je heel veel stukjes over. Daarom kun net zo goed  een rechthoekige bakvorm nemen en stukken met een mes snijden. Zo ziet het er wat minder koekerig uit, maar zit je met minder lullige stukjes.

                      Leg de koeken met de bovenkant naar onderen en schuif ze nog even onder de gril, zodat ook de andere kant een kleurtje krijgt en ze nog wat steviger worden.

                      Je zult begrijpen dat het geen knapperige koekjes worden, maar  ze zijn zeker wel stevig. Ze zijn lekker umami en ook leuk als borrelhapje. Ik zou dan een kleine uitsteekvorm gebruiken.

                      Kleine T. vond ze in elk geval heel fascinerend. “Wat is dit voor lekkers zeg?” zei hij, terwijl hij zijn koek heen en weer wapperde.


                      Cherimoya

                      Monday 19 November 2012 om 22:08

                      De cherimoya ging in gesprek met de cactusvijg. “Weet je wat joh, je moet heel veel oneetbare pitten onder je velletje stoppen, dat laten ze je wel hangen.” En zo geschiedde. Wie nog wat te eten wil hebben van deze groengeschubde vrucht, moet elke lok met pit in de mond doen en de zwarte, harde pitten weer uitspugen.

                      De bio groenteboer had het wat de smaak betreft over peer met vanille en volgens de schrijver van deze site smaakt de cherimoya wat naar aardbei. In beide kan ik me wel vinden. Maar jemig, wat een oneetbaar geval. Ze zijn niet aan mij besteed. Ik hou al niet eens van pitten in druiven!