“Het enige deel van Tita’s lichaam dat hij uitentreuren kende, afgezien dan van haar gezicht en handen, was het ronde stukje kuit dat hij één keer had kunnen zien. ’s Nachts werd hij dikwijls gekweld door de herinnering daaraan. Wat verlangde hij ernaar zijn hand op dat stukje huid te leggen en daarna haar hele lichaam te strelen, zoals hij het de man die Gertrudis had meegenomen had zien doen: hartstochtelijk, vurig, wellustig!
Tita probeerde op haar beurt tegen Pedro te schreeuwen dat hij op haar moest wachten, dat hij haar mee moest nemen naar ergens ver weg waar ze elkaar mochten beminnen, waar nog geen regels bestonden die nageleefd en gerespecteerd moesten worden, waar haar moeder niet was, maar ze kon geen geluid uitbrengen. De woorden bleven haar in de keel steken en werden gesmoord voordat ze uit haar mond konden komen.
Ze voelde zich zo alleen en verlaten! Een gevulde paprika die na een groot feestmaal op een schaal was blijven liggen kon er niet erger aan toe zijn dan zij. Hoe vaak had ze niet als ze alleen in de keuken was een van die heerlijkheden moeten opeten om te voorkomen dat die zou worden weggegooid. Dat niemand de laatste paprika van een schaal opeet, komt meestal omdat de mensen niet onbescheiden willen lijken. Ook al zouden ze nog zo graag die paprika van de schaal grissen, niemand durft dat te doen. Dus blijft zo’n gevulde paprika gewoon liggen, en dat terwijl hij alle mogelijke smaken in zich verenigt, het zoete van de sukade, het scherde van de peper, het subtiele van de notensaus, het verfrissende van de granaatappelpitjes. Zo’n heerlijke gevulde paprika, waarin alle geheimen van de liefde besloten liggen, die doordat iedereen zo beleefd is nooit ontraadseld zullen worden.
Die verdomde beleefdheid! Dat verdomde handboek voor etiquette! Daardoor was haar lichaam gedoemd onherroepelijk langzaam aan te verwelken. En die verdomde Pedro, altijd zo beleefd, zo fatsoenlijk, zo netjes, zo… zo bemind!
Als Tita toen had geweten dat haar lichaam binnen enkele jaren de liefde zou leren kennen, zou ze op dat moment niet zo wanhopig zijn geweest.”
Ik las dit boek onderweg naar mijn vriend Gijs en daar aangekomen -zo’n 4 uur later- was ik een heel eind (in het boek, maar ook van huis hihi). Hij woont 300 meter van de grens af in een huisje op het Twentse platteland. Ik ging er een nachtje logeren, zijn huis bewonderen, de kat aaien, kletsen en lekkere wijn drinken. Hij heeft een groententuinje aangelegd en moet één en ander nog zaaien en planten. Er staan fruitbomen voor zijn huis en in de vensterbank stond prei gezaaid. Ze kwamen zelf al boven de aarde uit: nog geen 5 millimeter groot, babypreitjes! Wat zeg ik? Foetussen nog.
Espresso en een sneeuwbui: door het keukenraam is aan de overkant van de weg een aardappelhok te zien. Vroeger bewaarde men daar de aardappels, nu dient het geen doel meer. Maar je kunt er natuurlijk altijd bier neerzetten en wat posters ophangen van vrouwen (dat zeg ik netjes hè
en hee: een feestkeet.
Op de terugweg las ik Rode rozen en tortilla’s ter hoogte van Deventer uit. Het recept van bovengenoemde gevulde paprika’s staat trouwens in het laatste hoofdstuk geschreven en ga ik eens maken in de zomer. Ik vond het een prachtig boek; een mooi verhaal over de verbondenheid van liefde en seksualiteit met koken en eten waarbij Laura Esquivel een realistisch verhaal neerzet, maar hierbij ook haar rijke verbeelding met ons deelt in de vorm van fantasieachtige omschrijvingen.
En Twente? Ik ga er weer langs als de eerste groenten de grond uit komen, het lekker warm is en we kunnen picknicken onder de fruitbomen.
![]() |





Christiaan:
3 February 2008 om 12:49Christiaan
Is dit het begin van een liefde voor het Twentsche Land?
Annemieke:
3 February 2008 om 13:59Annemieke
Nou, het is natuurlijk vooral leuk omdat ik er twee leuke vriendjes heb wonen. :p
Tertia:
5 February 2008 om 23:11Tertia
Heb je de film ook gezien?